Tunnelvisie als recept voor chaotische brandveiligheid

Reacties uitgeschakeld voor Tunnelvisie als recept voor chaotische brandveiligheid

Mutaties van grote gebouwen, het gebeurt vaak. Gebouwen worden te klein, gebruikers hebben andere wensen, processen worden aangepast, gebruiksfuncties wisselen enzovoort. Er is een continue wens en noodzaak om – met name de grotere – gebouwen aan te passen en dit zorgt voor veel verbouwingen. Bekende voorbeelden hiervan zijn ziekenhuizen, winkelcentra of luchthavens. Een ogenschijnlijk eenvoudige of overzichtelijke verbouwing leidt niet zelden tot grote problemen op het gebied van (brand-)veiligheid. De gehele eindsituatie – en dus niet alleen het nieuwe deel – dient te voldoen aan het Bouwbesluit. En juist daar wringt de schoen.

De demarcatie van het bouwgebied komt per definitie niet overeen met het gebied waarop de verbouwing impact heeft: er moet heel breed gekeken worden naar de nieuwe situatie op het gebied van brandcompartimentering, ontvluchting, detectie en blussing. En dit leidt in potentie tot allerlei aanpassingen buiten het bouwgebied. Juist deze aanpassingen worden vaak niet of slecht gedaan, met alle ergernissen tot gevolg. Het project heeft zijn eigen chaos gecreëerd; vergunningen worden niet afgegeven en het nieuwe bouwdeel kan niet in gebruik worden genomen. Of erger: het wordt wel in gebruik genomen, want de belangen zijn te groot. Op die manier is een onwenselijke en onveilige situatie ontstaan, waarbij de gebouwbeheerder en / of vergunningverlener in de ongewenste positie is gekomen om de problemen op te lossen of toe te staan.

Problemen, die hij juist heeft geprobeerd te voorkomen. Hij weet immers wel beter. In de waan van de dag, met de hectiek van vele verbouwingen en de macht van grote projectafdelingen gebeurt dit helaas regelmatig.

Wat belangrijk is om deze situatie te verbeteren, is het besef dat nieuwbouw in/op/aan de bestaande bouw één systeem vormen. Op het gebied van brandveiligheid zal het totaalconcept op techniek en organisatie getoetst moeten worden in de eindsituatie. En hiervoor is goede informatie op voorhand cruciaal. Deze informatie bestaat naast ontwerpeisen uit vergunningen, technische informatie en bestaande afspraken. Voor het verkrijgen van deze informatie is er een belangrijke rol weggelegd voor de gebouwbeheerder. De beheerder dient deze informatie op orde te hebben en beschikbaar te stellen aan projectteams. De beheerder en de projectmanager moeten zich realiseren dat een verbouwing een gezamenlijke opgave is die uitermate belangrijk is om de mutaties soepel te laten verlopen. De projectmanager heeft hierin een haalplicht en moet met beheer de integraliteit opzoeken – zijn verbouwing heeft een impactgebied en de noodzakelijke aanpassingen in het impactgebied behoren ook tot zijn bouwproject.

Doordat de beheerder tijdig informatie aanlevert en wordt betrokken, kan er een ontwerp worden opgesteld dat meteen al voldoet aan de brandveiligheidseisen voor de hele eindsituatie. En als vooraf duidelijk is dat dat niet zo gaat zijn, hoort de beheerder hierin een veto te kunnen afgeven. Bij zijn verantwoordelijkheid hoort immers het voldoen aan wet- en regelgeving; zowel voor de situatie vòòr de verbouwing als de situatie nà de verbouwing. En om die verantwoordelijkheid goed te kunnen dragen hoort de bevoegdheid om te bepalen wanneer een ontwerp voldoet en gereed is om te gaan realiseren. Het op voorhand in beeld hebben van de noodzakelijke aanpassingen in het impactgebied kan dus veel problemen in een later stadium voorkomen.

Door:

Dhr. Peter-Willem van Calis – senior consultant bij VPRC

Dhr. Jeroen de Man – senior consultant en interim manager bij Qolor